Piet Mondriaan, Duinlandschap, 1911. Beeld: Puck Gerkema.
Piet Mondriaan, Zeegezicht, 1909. Beeld: Gemeentemuseum Den Haag.

Woelige baren & gouden duinen: 'Aan Zee' in Gemeentemuseum Den Haag

Auteur: Puck Gerkema

Wandelend door de tentoonstelling is het lastig Bløf uit je hoofd te krijgen. Want net als het koppel in het nummer waren veel Nederlandse schilders gecharmeerd door de Zeeuwse Zoutelande. Alleen: hier geen grijze wolken te zien. Goudgele duinen, zeegezichten in prachtig blauw en violet en witte vissersbootjes trekken in het Gemeentemuseum aan je voorbij.

Met dit zonnige weer zoeken duizenden Nederlanders verfrissing aan het strand, maar lekker koel is het ook in het Gemeentemuseum Den Haag. Hier is nu de tentoonstelling “Aan Zee” te zien, met schilderijen van Piet Mondriaan, Jan Toorop en Ferdinand Hart Nibbering. Deze (jonge) schilders trokken aan het begin van de 20e eeuw naar Domburg, Westkapelle en Zoutelande op zoek naar inspiratie. 

Dat ze deze vonden is gelijk in de eerste zalen al te zien. Ik verwachtte voornamelijk blauw en geel, maar Toorop en Hart Nibbering’s kunst zit vol met heldere kleuren: lichtgroene glooiende groene velden, zachtroze avondlucht, oranje duinen. De landschappen zijn zo levensecht geschilderd dat je bijna het zand hoort kraken onder je voeten. Deze levendigheid is te danken aan de Pointillistische schilderstijl van de kunstenaars: duizenden kleurige stipjes en streepjes dicht bij elkaar. 

Van dichtbij gezien valt het geduld van de schilders je op, maar van veraf zijn de kunstwerken net zo indrukwekkend. Kijk maar naar “Arbeid (de Houthakker) 1905” van Toorop, waar je het avondlicht door de bomen ziet strijken. En blijf vooral even staan voor het grote “Gezicht op het Dorp Zoutelande op Walcheren” van Nibbering, waar langzaam het blauw van de zee schitterend overgaat in het blauw van de hemel. 

Ferdinand Hart Nibbering, Gezicht op het Dorp Zoutelande op Walcheren 1900-1912 (Detail). Beeld: Puck Gerkema.


Ook Piet Mondriaan hangt op de tentoonstelling, maar niet zoals wij hem kennen. Hier geen abstracte voorstellingen van strakke lijnen in rood, geel en blauw, maar schilderijen van de kerktoren van Domburg en portretten van Zeeuwse boeren. Deze schilderijen maakte Mondriaan rond 1909, 1910: hij gebruikte toen al primaire kleuren, maar zijn werken zijn nog geen “Compositie No. IV” (1914). 

We zien in deze tentoonstelling namelijk een jonge Piet Mondriaan die nog aan het begin staat van zijn carrière. Pas in 1912, wanneer Mondriaan in Parijs kennismaakt met het Kubisme van Pablo Picasso, zullen zijn voorstellingen echt abstract worden. Echter, deze Zeeuwse schilderijen laten al de belofte zien van een slimme, zoekende schilder.

Piet Mondriaan, Zee na Zonsondergang, 1909. Beeld: Gemeentemuseum Den Haag.


Maar de echte verrassing is de zaal van Jacoba van Heemskerck. Niets geen pastelkleuren of vrolijke stranden: haar zee is donker en dreigend, haar abstracte landschapen vol kromgegroeide bomen. Jacoba van Heemskerck had wel contact met Mondriaan en Toorop, maar was veel meer geïnspireerd door het Duitse Kubisme en expressionisme. Haar schilderijen, zoals “Bild No.25, 1915” met een stormachtige zee, voelen daarom dreigend en spannend aan.  

Maar past dit gevoel ook niet perfect bij de zee? Zoals menig schipper kan vertellen is de zee niet altijd even lieflijk en kalm. Inspiratie heeft nooit één kleur, en het is daarom niet vreemd dat zowel haar kunstenaarsvrienden als ik zo geïntrigeerd zijn door van Heemskerck’s schilderijen. 

Jacoba van Heemskerck, Bild. No. 25, 1915. Beeld: Puck Gerkema.


Maar deze woestheid zie je alleen bij van Heemskerck terug. De meeste schilderijen in de tentoonstelling zijn vrolijk, vol met kleur en laten je verlangen om het echte strand te bezoeken. Enige minpuntje zijn wel de kale muren van de tentoonstellingszalen. De meeste schilderijen, vooral de kleine, vallen bijna weg in de witte leegte. Een fris achtergrondkleurtje had hier best gemogen. 

Maar naast deze kleuren en vriendelijke zeegezichten laat de tentoonstelling zien hoe inspiratievol de Nederlandse kust kan zijn. De Engelse kust heeft zijn hoge krijtrotsen en Frankrijk haar witte stranden, maar hier in Nederland is ook genoeg te zien en te genieten. Op naar buiten dus: naar zee, naar zee!