Beeld: Jan Švankmajer, Virile Games (1988).
Beeld: Jan Švankmajer: The Alchemical Wedding in EYE Filmmuseum.

Het donkere rariteitencircus van Jan Švankmajer

Door: Bram Barentsen

Niet willekeurig, wel onverwachts, neem ik plaats voor een poppenkast. Ik zie geen marionetten geholpen door handen of touwtjes, maar mensen gekroond met poppenhoofden. Twee illusionisten zitten braaf zij aan zij op het podium. Na elkaar meermaals begroet te hebben, tovert een van de goochelaars een vis uit zijn hoed. De ander beantwoordt zijn truc door een touw en een viool tevoorschijn te trekken. Hij zet zijn hoedje op de gespannen lijn en na een paar strijken springt er een dansend beestje uit. Ondertussen hoor ik scharnieren piepen, drums klinken en wordt er hardhandig handen geschud. Het frappante duo daagt elkaar tot vervelens toe uit met steeds extremere trucs. Stoelen maken salto’s, hoofden vliegen door de lucht en de komische climax eindigt in een ontregeld schouwspel dat leidt tot de dood van een kever.

Het surrealistische universum van meesteranimator en kunstenaar Jan Švankmajer omarmt de donkere ruimtes van het EYE Filmmuseum en bevraagt en betwist daar wat besproken moet worden. Bij het zien van continentkaarten vertekent tot dierenkoppen en een Afrikaanse houten pop opgesmukt met zwammen lijkt dit nog vergezocht. Ook het theatertafereel tussen de illusionisten lijkt meer idioot en absurd dan boodschap gevend, toch legt deze film op zijn eigen manier de moderne mens bloot. Švankmajer vindt dat deze mens, die een combinatie is van mens en machine, niet alleen maar goed doet in de maatschappij. 



Hoe dan ook kost het tijd voordat je de artistieke filosofie van Švankmajer doorhebt. De boodschap: ‘Het enige passende antwoord op de wreedheden in het leven, is ermee spotten door je verbeelding te gebruiken’, vind je terug in al zijn werk. Het samenspel van pruttelende trompetten, ratelende stokjes en herhaaldelijk schuren en piepen plaatst de bezoeker in een muziekdoos die eindeloos door lijkt te gaan. Waar je normaal tureluurs van deze geluiden zou worden, weet het werk van Švankmajer je er een schaterlach mee te bezorgen. Zo hak op de tak als ik van betekenis gevend naar geluiden ga, zo wordt dat ook in de tentoonstelling gedaan. 

Stopmotionbeelden tonen een tong die papier scheurt en opgezette vissen zwemmen niet in, maar om een vissenkom. Schubben, gegiechel, keyboardtonen. Švankmajer verwart, niet willekeurig, wel chaotisch. In The Alchemical Wedding vind je niet alleen collage-elementen in Švankmajers films, maar ook in zijn zelfgecreëerde rariteiten. Waar dit lief begint als een opeengestapelde gordeldierenfamilie, ontpopt dit abrupt in gemuteerde, samengestelde wezens. In een vitrine ligt een in drieën gehakte vos, houten ruggenkrabbers dienen als handen en een eend met gesperde vleugels is geborst door slakkenhuizen en krijgt een tweede gezicht door een stekelvis. Zonder de dieren voor je te zien, is er geen voorstelling van te maken.

 Beeld: Jan Švankmajer: The Alchemical Wedding in EYE Filmmuseum.


Ondanks dat de tentoonstelling voortdurend elementen laat terugkeren, onttrekt een bezoek aan deze kijkdoos je volledig van de werkelijkheid. Wanneer gewenning aan de doordraaiende muziek begint te komen, neemt je tastzin een nieuwe vorm aan. De museale expositie grijpt zijn kans en plots is het niet alleen kijken, maar zijn er ook voelzakken die angstaanjagend lonken. Het werk van Švankmajer komt niet alleen tot leven, maar heeft ook een eigen wil.

Een volgende film haakt in op de alsmaar botsende dialoog. Een onderwerp dat vorige eeuw al een bepalende rol speelde, maar vandaag de dag actueler is dan nooit. Elke dag zien we op social media onophoudelijke klaagserenades en eeuwige discussies. Groepen sluiten elkaar uit en gunnen een ander nog geen meter openbare weg. Dit misgunnende dialoog, getiteld Dimensions of Dialogue (1982), neemt de vorm aan van twee hoofden die elkaar continu wat anders voorschotelen. Biedt de één een puntenslijper aan, gaat de ander voor droog brood, een schoenveter ontvangt tandpasta en een potlood doorboort het vetergat van een schoen. De twee koppen drijven elkaar tot het uiterste totdat ze samensmelten tot een. Hoe verschillen boze en brommende groepen van elkaar als ze onophoudelijk elkaars gedrag spiegelen? Maakt dat ze niet hetzelfde? 

Beeld: Jan Švankmajer, Food (1992).


Wanneer je door het bizarre heen kijkt, zie je dat de tentoonstelling keerzijden visualiseert en het onrealistische laat kloppen. Niks is ondoordacht en alles confronteert. Metaforen voor veelvraten en egoïsten treden op in het rariteitencircus en het is daar waar Švankmajer van zich horen.